Uit verzet tegen het rapport van de Peruaanse regering over het conflict in Bagua in juni van vorig jaar, werd gisteren (maandag 22/2) door boeren- en inheemse organisaties opgeroepen tot pacifistische protestacties in de departementen Amazonas, Cajamarca en San Martín van Noord-Peru. In haar rapport over de feiten schuift de regering, in tegenstelling tot Amnesty International, de schuld voor het geweld grotendeels in de schoenen van de inheemse actievoerders.
In Jaén werd gedurende het afgelopen weekend duidelijk dat politie en speciale veiligheidsdiensten de protesten au sérieux zouden nemen: zwaar gewapende brigades marcheerden op verschillende plaatsen door de straten. De regering-García had immers een speciaal decreet afgevaardigd voor de aangekondigde protestacties, waardoor de speciale veiligheidsdiensten ter versterking van de lokale politiemachten zouden mogen ingrijpen "in geval van nood". 2400 militairen en politieagenten werden hiervoor naar het noorden gestuurd, volgens de inheemse koepel Aidesep een "onnodige provocatie".
De demonstraties zijn echter gelukkig zonder grote incidenten verlopen. Het protest concentreerde zich in de steden Jaén, waar zo'n duizendtal boeren (van de Rondas Campesinas) maar onder andere ook leden van vrouwenorganisaties op straat kwamen, en Yurimaguas, waar voornamelijk de inheemse beweging present tekende. In Bagua verkozen de vertegenwoordigers van Aidesep bijeen te komen in een vakbondslokaal in plaats van op straat te komen, volgens nationaal secretaris van Aidesep Saúl Puerta Peña "om niet in te gaan op de provocaties van de regering".
In de hoofdstad Lima werd tegelijkertijd een solidariteitsactie georganiseerd met zo'n vijfhonderdtal aanwezigen, voornamelijk leden van Aidesep en CONACAMI (de nationale koepelbeweging van gemeenschappen getroffen door mijnbouw). Van die actie kan je een korte video bekijken.
(foto: betoging in Jaén, © Hanne Couckuyt)