Het Britse CAFOD en het Canadese Development and Peace (beide Caritas International) brengen enkele sluitende documenten naar buiten, waarin aangetoond wordt dat de watervervuiling in Valle de Siria (Honduras) veroorzaakt wordt door de San Martin-mijn van Goldcorp. CAFOD en Caritas Tegucigalpa klagen deze vervuiling reeds lang aan en eisen van Goldcorp de schoonmaak van de vervuilde site, zodat de lokale bevolking niet opgescheept zit met een hoogvervuilde omgeving.
Onder leiding van Paul Younger, professor en expert in mijnmanagement, deed de universiteit van Newcastle een eerste onderzoek naar de San Martin-mijn. Later in april 2008, volgde een tweede onderzoek naar aanleiding van een nieuw sluitingsplan van de mijn. Voor een nog meer gedetailleerd onderzoek bezochten twee van Youngers collega’s: Adam Jarvis en Jaime Amezaga de mijn in juni 2009. Beiden rapporteerden een hoge vervuiling van een nabijgelegen rivier, Tajo Palo Alto. Deze rapporten tonen een lage PH-waarde en een te hoge concentratie van ijzer, wat wijst op zure mijndrainage. Ook kon de universiteit verhoogde concentraties van andere zware metalen zoals lood, kwik en arsenium vaststellen. Deze toxische substantie mengt zich met het grond-en rivierwater en wordt zo meegevoerd door de stroming. Stroomafwaarts rapporteerden onderzoekers van deze universiteit dan ook aantasting van het milieu. Bovendien komen deze stromen in het drinkwater van de lokale bevolking terecht. De mijn bouwde reeds dammen om dit in te perken, maar volgens de lokale bevolking volstaan deze niet en door overstromingen komt de substantie toch nog in het rivierwater terecht. “Het water smaakt zuur, zoals een goedje dat uit een batterij komt”, zegt Roger Abraham, vice-president van Siria Valley Environmental Committee. Deze beide studies van de universiteit van Newcastle leveren het sluitend bewijs dat de Goldcorp-mijn de omgeving vervuild heeft. "Goldcorp dient deze site schoon te maken, zodat de lokale bevolking niet achterblijft met hoogtoxisch drinkwater, velden, …", herhaalt CAFOD.
In 2007 eiste het Hondurese Secretariaat Natural Resources and Environment (SERNA) 26.000 dollar van Goldcorp voor de vervuiling en aantasting aan het milieu. Goldcorp blijft de resultaten van dit onderzoek bediscussiëren. DEFOMIN, het Hondurese mijnbouwdepartement dat verantwoordelijk is voor het promoten van mijnbouwconcessies, deed onderzoek naar stalen die genomen werden op dezelfde plaats als in het rapport van de universiteit van Newcastle. Ze stelden echter geen vervuiling vast.
In 2000 werden families van het nabijgelegen dorpje Palo Ralos gedwongen te verhuizen. Tot op de dag van vandaag hebben ze nog geen geldige eigendomspapieren ontvangen. Ze vrezen hun landgoed kwijt te zijn. De mijnconcessie is sinds 2005 overgedragen een Entre Mares, een Hondurees bedrijf in het bezit van Goldcorp. In het begin reageerden de omwonenden enthousiast: er zou meer werkgelegenheid komen en dus meer welvaart in een economisch achtergesteld gebied. Dit veranderde echter toen men begon te merken hoeveel duizenden tonnen drinkbaar water de mijn verbruikte en hoe het vee en de mensen ziek werden door het drinken van vergiftigd water. Het milieu werd aangetast. Goldcorp heeft bomen bijgeplant, maar dit waren echter uitheemse soorten die veel meer water nodig hadden dan de oorspronkelijke. Bovendien sterven deze bomen zodra hun wortels de vervuilde bodem bereiken. 24 dieren werden in het begin van het jaar dood teruggevonden terwijl ze aan het grazen waren in de omgeving van de mijn. De mijn heeft uiteindelijk meer kwaad dan goed gedaan, vinden omwonenden.
Ondanks herhaaldelijke vaststellingen van zure drainage, verklaarde Goldcorp in december op de nationale televisie dat de mijn nooit watervervuiling heeft veroorzaakt en dat de site van San Martin is schoongemaakt volgens internationale milieustandaarden. De Hondurese overheid heeft stalen genomen en die geven geen verhoogde concentraties van metalen aan, herhalen ze. Goldcorp heeft zich hierbij vrij agressief opgesteld tegenover CAFOD en Development and Peace.
Paul Younger, een internationale autoriteit op het vlak van zure mijndrainage klaagt dit aan. Op dit ogenblik vrezen campagneleiders de Hondurese regering. Ze zijn bang dat deze nieuwe concessies gaat verlenen. Op dit ogenblik is het moeilijk om optimistisch te blijven, zegt Pedro Landa, uitvoerend directeur van Caritas in Tegucigalpa.