Op 3 juli 2012 lieten drie mensen het leven tijdens een manifestatie tegen het mijnproject Conga. De noodtoestand werd uitgeroepen in de provincies Cajamarca, Celendín en Hualgayoc-Bambamarca. Op 4 juli vulden verontwaardigde demonstranten uit Bambamarca de straten en negeerden zo het verbod op samenkomst en demonstratie. De reactie van politie en leger bleef niet uit; een heus offensief werd ingezet, één persoon (Joselito Vásquez Jambo) liet hierbij het leven. Verschillende mensen raakten gewond.
Dezelfde dag bezette de Peruviaanse Nationale Politie (PNP) de straten van Cajamarca. Marco Arana, leider van de groene partij Tierra y Libertad en oprichter van de NGO Grufides, werd gearresteerd. De reden hiervoor is nog steeds onduidelijk, het hoofd van de PNP verklaarde dat de aanwezigen op het plein meermaals werden gewaarschuwd, de beelden spreken dit tegen. Tijdens zijn arrestatie kreeg Marco Arana rake klappen, met een gebroken kaakbeen en interne bloedingen in de nieren tot gevolg. Hij werd een dag vastgehouden in het commissariaat van Cajamarca waar communicatie met zijn advocate werd geweigerd. Mirtha Vasquez, de advocate, werd in het commissariaat meermaals geslagen door agenten. Ook hier bleef het hoofd van de PNP bijzonder vaag; “het geweld was niet intentioneel, een onderzoek wordt gestart.”
Op 5 juli bereikte ons het nieuws dat een vijfde persoon was overleden. Het betreft Antonio Sánchez Huamán uit Celendín. Hij raakte tijdens de manifestatie van 3 juli te Celendín gewond; een kogel doorboorde zijn nek. De politie verleende geen medische zorg, maar bracht hem samen met andere aangehoudenen naar Cajamarca, op vier uur rijden van Celendín, alwaar ze ter berechtiging naar Chiclayo zouden worden gebracht. In Cajamarca werd de toestand van de gewonde kritiek. Op 5 juli stierf hij in een ziekenhuis in Cajamarca.
Binnen en buiten Peru reageerde men verontwaardigd. Middenveldorganisaties bundelden de krachten en schreven meerdere verklaringen betreffende schendingen van de mensrechten. Daarin vragen ze de noodtoestand op te heffen en een onderzoek te starten naar het politiegeweld van afgelopen dagen. Deze keer waren ook kritische stemmen te horen in Lima. Ex-president Toledo bekritiseerde de onkunde van premier Oscar Valdés. Marisol Espinoza, vicepresident, spaarde haar kritiek voor Valdes niet. “Hij is er niet in geslaagd een dialoog te starten met de autoriteiten uit Cajamarca, hij is niet langer de geschikte persoon om het conflict aan te pakken.” De Peruaanse president Ollanta Humala zwijgt in alle talen. Hoofdaandeelhouder van het Conga mijnproject, Newmont Mining Corporation, reageerde stoïcijns op het nieuws van de overledenen en gewonden; “de situatie is ongelukkig, maar we herbevestigen onze verbintenis met Cajamarca.”
De situatie zit muurvast. Daarom werden twee bemiddelaars aangesteld; priesters Gastón Garatea en Miguel Cabrejos. De man in de straat stelt vragen bij deze poging tot bemiddeling en dialoog. “Politie en leger bezetten de straten, een noodtoestand is afgekondigd, 5 personen werden vermoord; en nu vraagt men in Lima om een dialoog op te starten?” Tijdens een persconferentie werd meer uitleg gegeven bij deze tussenkomst. Beide bemiddelaars maakten duidelijk dat een instant-oplossing niet mogelijk is, “we moeten een lange weg afleggen.” Aan de zijde van de bemiddelaars waren meerdere leiders van de oppositie aanwezig. Milton Sánchez, leider van het Plataforma Interinstitucional Celendina, gaf aan tevreden te zijn met de tussenkomst van beide priesters; “eindelijk wordt de roep van het volk gehoord.” "We willen op wetenschappelijke basis bewijzen dat Conga een onmogelijk project is. We willen bewijzen dat er geen sociaal draagvlak is voor het project, middels een referendum. Dan kunnen we duidelijk maken dat de bevolking van Cajamarca dit project verwerpt", vervolgde hij. Edy Benavides, oppositieleider uit Bambamarca, maakte duidelijk: “voor ons is Conga nog steeds niet mogelijk. Conga no va!”
Dit is en blijft het standpunt van de oppositie, burgemeesters en boerenleiders van regio Cajamarca maakten dit na de persconferentie duidelijk. Onder luid gejuich van de wachtende massa weerklonken dezelfde leuzes; “Conga no va”, “Mi vida, mi sangre, todo por el agua”, … . Intussen gaan de werken in de zone van Conga gewoon door en blijft de noodtoestand van toepassing.