Je betaalt 50 centiem taks, wanneer je vanuit Jaén de bergen in wil. De Ronda Campesina houdt wacht met geweer aan de grenspost. Achter de slagboom zijn boeren baas.
Twee uur meerijden met de melkboer en nog een uur stappen verder in dit land woont Don Victor, op de foto hand in hand met zijn dochtertje van een jaar oud. Zij is (voorlopig) de laatste in een rij van twaalf kinderen- sommigen nog thuis, anderen een beetje verder in een eigen huis of in de stad. We zijn in San José de la Alianza, een gemeenschap op 1900m hoogte tegen de rand van het Bosque de Huamantanga. De lantaarnpalen staan er al, de elektriciteit is er nog niet geraakt. Na de volgende verkiezingen, misschien.
Het Bosque is de groene long van Jaén: een uitgestrekt, dichtbegroeid, vochtig bos (gedeeltelijk nevelwoud) waarvan de meeste geheimen nog niet gekend zijn. We zagen er 's ochtends vroeg gallitos de las rocas en pilcos, 's namiddags stonden we onder een waterval. Victors achttienjarige zoon Robin gidste ons in het kluwen van lianen, orchideeën en eeuwenoude bomen rond met de handigheid van een Mowgli in de jungle.
"Er is hier veel bos gekapt", vertelt Don Victor 's avonds aan het kampvuur, "we zijn daar zelf medeplichtig aan. Wij hebben ook ons stuk land, onze chacra nodig, om te overleven". Koffie, verschillende soorten knolgewassen, een koe hier en daar of een varken, dat is waar ze in San José en omgeving wel weg mee weten.
Sinds enkele jaren gonst er een nieuw toverwoord door de streek: ecotoerisme. Buiten een paar vuilnisbakken die het gemeentebestuur van Jaén geïnstalleerd heeft in de gemeenschappen rond het Bosque, met de boodschap "ecotoerisme: afval hier", is er echter weinig infrastructuur te bemerken die naar toerisme ruikt. Officieel is de provinciehoofdstad promotor van het natuurreservaat, in de praktijk komt er van een effectief toerismeplan weinig in huis.
"Eigenlijk komt hier amper iemand op bezoek", aldus Victor. "Soms eens een school, klassen die voor een dag komen wandelen. Onderweg vallen er dan altijd leerlingen flauw, een heel gedoe. Tja... als je nooit echt gewandeld hebt...", lacht onze gastheer. Ook een groepje Belgen is al wel eens in San José gepasseerd, krijgen we te horen.
"We proberen het resterende bos intact te laten. Dat is een gemeenschapsakkoord en er is wederzijdse controle". Eindeloze wandelingen, een grote biodiversiteit en verschillende watervallen, dat is wat het Bosque de Huamantanga te bieden heeft. Maar het ligt ver van de route Lima-Cusco-Puno-Nazca die de meeste toeristen aflopen, en houtkap en -trafiek vormen nog steeds een permanente bedreiging.
Victor: "We hopen dat toerisme, op een manier die onze omgeving en de mensen respecteert, hier toekomst brengt. Want we houden van San José en het bosque, en de meerderheid van mijn kinderen wil hier een familie stichten."
De ontvangst die Don Victor, zijn familie en vrienden ons gaven, daar kan geen all-in formule uit de Weekend Knack tegenop. Onbeschrijflijke rust rond een plein (annex voetbalveld) waar alle inwoners op passen. Aan de horizon: de bergen, de nevel en het bos. Voor wie toevallig in de buurt is en eens wat anders wil tijdens zijn verlof: in San José liggen er matrassen klaar. De vlooien ben je snel vergeten. Je moet wél cavia lusten.
foto © Wies Willems
zie ook: http://nevelwoudnieuws.blogspot.com